
De 5 Grootste Fouten bij ADAS-Kalibraties (En Hoe Je Ze Voorkomt)
Ontdek de 5 meest voorkomende fouten bij ADAS-kalibraties en hoe je ze voorkomt. Praktisch advies voor garages met professionele apparatuur.
De 5 meest gemaakte fouten bij ADAS-kalibraties (en hoe je ze voorkomt)
Veel moderne voertuigen zijn uitgerust met Advanced Driver Assistance Systems (ADAS) die de veiligheid en het rijgemak verhogen. Na reparaties of aanpassingen aan sensoren moeten deze systemen nauwkeurig gekalibreerd worden volgens fabrieksspecificaties. Veel garages worstelen echter met het correct uitvoeren van ADAS-kalibraties, bijvoorbeeld door verkeerde afstanden, ongunstige lichtinval of foutieve kalibratiehoogtes – dit artikel helpt om die fouten te voorkomen.
Bovendien zijn bij ons alle ADAS-kalibratietoestellen, borden en complete sets verkrijgbaar, zodat u altijd met de juiste apparatuur kunt werken. Hieronder bespreken we de vijf meest gemaakte fouten bij ADAS-kalibraties en hoe je ze kunt voorkomen, zodat rijhulpsystemen na calibratie weer optimaal functioneren.
1. Verkeerde afstand tot het kalibratiedoel
De fout:
Een veel voorkomende fout is dat het kalibratiedoel (het paneel of de target) niet op de exacte voorgeschreven afstand en positie ten opzichte van het voertuig wordt geplaatst. Zelfs een kleine meetfout kan grote gevolgen hebben: een afwijking van één graad in de hoek kan ertoe leiden dat een camera of sensor een object op de weg meters ver mist. Staat het bord te dicht bij, te ver weg of niet precies in het midden, dan “kijkt” de camera of radar verkeerd.
Waarom gebeurt het?
Door haast, verkeerd meten of werken met “ongeveer goed”. OEM-handleidingen schrijven exact voor op welke afstand en hoogte targets moeten staan, vaak met millimeter-tolerantie. Niet volgen betekent: onbetrouwbare ADAS-werking.
Hoe voorkom je dit?
Meet uiterst nauwkeurig: gebruik lasers of andere professionele meetinstrumenten.
Centreer exact op de hartlijn: vrijwel elke fabrikant kalibreert ten opzichte van de middenlijn van het voertuig.
Dubbelcheck afstanden: doe altijd een tweede meting en werk met vloermarkeringen.
Gebruik bij voorkeur officiële kalibratiesets – bij ons vind je alle OEM-targets en meetopstellingen.
2. Verkeerde kalibratiehoogte of ongelijke ondergrond
De fout:
Veel kalibraties mislukken omdat het paneel op een verkeerde hoogte staat of de auto op een niet-vlakke vloer. Een paar centimeter hoogteverschil of minimale helling verandert al de kijkhoek van de camera of radar.
Waarom gebeurt het?
Niet elke garage beschikt over een perfect vlakke vloer. Ook wordt hoogte vaak “op het oog” ingesteld. Fabrikanten eisen echter een volledig vlakke ondergrond én exacte hoogte-instelling.
Hoe voorkom je dit?
Zorg voor een vlakke vloer: controleer met een waterpas of kalibreer op een uitlijnbank.
Stel de target-hoogte exact in: meet vanaf de grond met een meetlat of laserhoogtemeter.
Minimaliseer vering-invloeden: auto moet in normale rijhoogte staan, niet opgekrikt of extra belast.
3. Ongunstige lichtomstandigheden of storende achtergrond
De fout:
ADAS-camera’s lezen patronen op borden. Slechte verlichting, reflecties of een drukke achtergrond kunnen ervoor zorgen dat de camera het bord niet herkent of verkeerd uitleest.
Waarom gebeurt het?
Men onderschat de invloed van licht, schaduw en reflecties. Hoogglans vloeren, tegenlicht of rommelige achtergronden zorgen voor herkenningsfouten.
Hoe voorkom je dit?
Calibreer in een gecontroleerde omgeving: binnen, met constante en diffuse verlichting.
Elimineer reflecties: gebruik matte vloeren of matten onder het target.
Maak de achtergrond rustig: plaats het bord voor een egale muur of gordijn.
Voorkom bewegende schaduwen: sluit deuren en voorkom langslopende personen tijdens calibratie.
4. Noodzakelijke kalibraties of voorbereidingen overslaan
De fout:
Soms voert men geen kalibratie uit na reparaties (zoals voorruitvervanging) of slaat men voorbereidingsstappen over, zoals een pre-scan of het uitlijnen van de wielen. Hierdoor worden sensoren op een verkeerde basisstand gekalibreerd.
Waarom gebeurt het?
Onwetendheid of tijdsdruk. Een ADAS-systeem lijkt vaak te werken, terwijl de calibratie niet klopt door foutcodes of een scheef voertuig.
Hoe voorkom je dit?
Calibreer altijd wanneer voorgeschreven: sla nooit een noodzakelijke ADAS-kalibratie over.
Voer een pre-scan en post-scan uit: controleer alle DTC’s voor en na calibratie.
Bereid het voertuig volgens voorschrift voor: juiste bandenspanning, juiste belading, correcte rijhoogte.
Controleer wieluitlijning: uitlijnen hoort bij kalibreren. Een scheef voertuig betekent een scheve calibratie.
5. Onjuiste of verouderde kalibratie-apparatuur gebruiken
De fout:
Werken met ongeschikte targets, verouderde diagnosetools of geïmproviseerde borden. Ook een dalende accuspanning tijdens het proces kan fouten veroorzaken.
Waarom gebeurt het?
Gebrek aan investering, kennis of tijd. Zonder recente software en officiële targets ontstaan herkenningsfouten of mislukte procedures.
Hoe voorkom je dit?
Investeer in de juiste tools: complete OEM-targets, rigs, lasers en diagnosetools.
Gebruik geen zelfgemaakte oplossingen.Houd software up-to-date: regelmatige updates zijn noodzakelijk voor nieuwe modellen.
Train je team: volg merkspecifieke procedures en werk met checklists.
Beheer de stroomvoorziening: gebruik een acculader tijdens statische kalibraties.
Conclusie
Een correcte ADAS-kalibratie vraagt om precisie, een gecontroleerde omgeving en professionele tools. Meet exact, werk op een vlakke vloer, zorg voor goede verlichting en bereid het voertuig correct voor. Gebruik altijd goedgekeurde apparatuur en sla nooit stappen over.
Zo voorkom je fouten, verhoog je veiligheid en lever je betrouwbare calibraties af. Met de juiste aanpak (en de juiste tools, die bij ons beschikbaar zijn) kun je elke ADAS-kalibratie in één keer goed uitvoeren.